skip to Main Content

Over Vietnam

Vietnam , officieel de Socialistische Republiek Vietnam, ligt in Zuidoost-Azië en heeft  bijna 100 miljoen inwoners. Daarmee is het land één van de zestien dichtstbevolkte landen ter wereld. De bevolking is in de laatste veertig jaar verdubbeld. De hoofdstad van Vietnam is Hanoi in het Noorden. De grootste stad in het zuiden is Ho Chi Min Stad, het vroegere Saigon.

Vietnam bevindt zich op het schiereiland Indochina en deelt grenzen met China in het noorden en noordoosten en met Cambodja en Laos in het westen. Het land heeft een lange kustlijn in het oosten, waar het land grenst aan de Golf van Tonkin en de Zuid-Chinese zee. De Mekong delta en de Rode rivierdelta behoren tot de grootste rijstplantagegebieden van de wereld. Omdat het land zo langgerekt is, zijn er verschillende klimaatzones, met tropische gebieden in het zuiden tot relatief koele streken in het noorden.

In 1976 eindigde de Vietnamoorlog, waarna het voormalige Noord- en Zuid Vietnam werden samengevoegd en een volksrepubliek ontstond onder leiding van de Communistische Partij Vietnam. Vanaf 1986 is het land door politieke en economische hervormingen steeds meer bij de internationale diplomatie en de wereldeconomie betrokken en kent het een hoge economische groei, die echter niet over alle gebieden en alle lagen van de bevolking evenwichtig gespreid is.

Er zijn meer dan 50 verschillende etnische groepen. De Vietnamees sprekende “Kinh” vormen met ongeveer 85% de grootste groep. Zij leven als boer op het platteland, als visser langs de oevers van de rivieren en kusten, als handelaar, ambtenaar, leerkracht, wetenschapper enz. Tientallen etnische minderheidsgroepen met een eigen taal en cultuur bevolkten in het verleden vooral de bergachtige gebieden en leidden vaak een rondtrekkend bestaan.

Na het einde van de oorlog in 1976 veranderde de leefsituatie voor deze minderheidsgroepen ingrijpend. Er ontstond een grote trek vanuit het drukbevolkte noorden en de grote steden naar de bosgronden van het hoogland. Ook de “Kinh” op het platteland hadden behoefte aan meer en betere landbouwgrond. Ontginning van bossen in het Noordelijk Hoogland, mijnbouw, plus binnenlandse migratiestromen hadden grote gevolgen voor het leven op het platteland en in de steden. ,

Etnische minderheidsgroepen raakten door deze ontwikkeling steeds meer land en bos kwijt dat zij als hun leefgebied beschouwden en voor hen begon een moeilijke periode van omschakeling en ontreddering. Zij konden niet meer het leven leiden dat zij gewend waren: een sober rondtrekkend bestaan, levend van en in de bossen, met een eigen zelfvoorzienende cultuur van droge landbouw, verzamelen van vruchten, het weven van kleding, eigen muzikale tradities.
Onder de etnische groeperingen groeide de armoede in snel tempo, de gedwongen aanpassing aan het ‘moderne’ leven ging gepaard met veel ellende. Gelukkig werden sociale en pastorale werkers zich steeds meer bewust van de economisch achtergestelde positie van etnische minderheden en kwamen zij op voor de mensen.

In Vietnam zijn aanhangers van het boeddhisme, het confucianisme, traditionele lokale geloven en het christendom, met name het katholicisme. Hoewel de overheid godsdienstige praktijken niet gewenst vindt, wordt religie getolereerd, al houdt de regering toezicht op de religieuze praktijken.

Lien Doi maakt bij haar hulp aan de armste mensen in Vietnam gebruik van bestaande netwerken uit religieuze hoek, zoals parochies, Caritas en boeddhistische kloosters. Vanzelfsprekend proberen we er als stichting voor te zorgen dat we onze projecten zoveel mogelijk spreiden. De meeste projecten zijn gericht op etnische minderheden, maar ook arme boeren van Khin-afkomst kunnen een beroep op ons doen. Met onze projecten ondersteunen we de mensen voor wie wij werken bij het vinden van een manier van leven die past bij de huidige situatie, en hun streven een eigen volwaardige plek in de samenleving.